Image illustrating: International Labour Organization headquarters (editorial)
BiiJii / Wikimedia Commons — CC BY-SA 3.0
International

ILO neemt wereldwijd verdrag over platformwerk aan in Genève

De Internationale Arbeidsorganisatie heeft op 12 juni 2026 tijdens de 114e Internationale Arbeidsconferentie in Genève het Verdrag inzake waardig werk in de platformeconomie aangenomen, volgens de stemcijfers van de ILO die door de belangrijkste persagentschappen worden aangehaald. Het verdrag legt een wereldwijde basisnorm vast voor digitaal platformwerk, met onder meer waarborgen rond arbeidsstatuut, handhaving van minimumlonen, sociale bescherming en regels voor appgestuurd management. De conferentiepagina van de ILO zegt dat de sessie van 2026 vertegenwoordigers van regeringen, werkgevers en werknemers uit 187 lidstaten samenbracht om werk in de platformeconomie te bespreken. Voor Europa komt de beslissing naast de eigen Platform Work Directive van de EU te liggen: de Council of the EU zegt dat die richtlijn meer dan 28 miljoen mensen dekt die via digitale arbeidsplatformen werken en nationale regels vereist over het vermoeden van werknemerschap en algoritmisch beheer. Het verdrag herschrijft de Belgische wetgeving niet automatisch, maar versterkt wel de internationale benchmark waartegen België, EU-instellingen, platformen en vakbonden toekomstige regels zullen afwegen.

Belgium Impulse Editorial·12 June 2026·3 min read·9 sources
Key signal

Dit is in de eerste plaats belangrijk voor platformwerkers in België en in heel Europa: koeriers, chauffeurs voor ride-hailingdiensten, online freelancers en arbeidsmigranten die vaak afhankelijk zijn van appgebaseerde inkomsten. Het is ook belangrijk voor restaurants, retailers, kmo’s en consumenten die leveringsplatformen gebruiken, omdat strengere normen kosten, aansprakelijkheid en servicemodellen kunnen veranderen. Belgische federale arbeids- en socialezekerheidsinstanties, vakbonden en werkgeversfederaties zullen het ILO-verdrag samen met de EU Platform Work Directive lezen wanneer ze discussiëren over classificatie, algoritmische controle en sociale bescherming.

De Internationale Arbeidsorganisatie (gespecialiseerd VN-agentschap opgericht in 1919, met hoofdzetel in Genève) stelt internationale arbeidsnormen vast via verdragen en aanbevelingen. De Internationale Arbeidsconferentie (jaarlijkse ILO-vergadering van regeringen, werkgevers en werknemers) neemt die normen en brede beleidsbeslissingen aan. Het Verdrag inzake waardig werk in de platformeconomie (ILO-verdrag aangenomen in 2026, volgens de belangrijkste persagentschappen) is het nieuwe wereldwijde instrument voor appbemiddeld werk. Digitale arbeidsplatformen (diensten zoals ride-hailing, maaltijdbezorging of online taakplatformen) gebruiken apps en algoritmen om klanten en werkers aan elkaar te koppelen. De Council of the EU (EU-instelling die de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigt) nam de EU Platform Work Directive in 2024 aan. Pierre-Yves Dermagne (Belgisch vicepremier en minister van Werk tijdens het Belgische voorzitterschap van de Raad in 2024) onderhandelde over het EU-compromis. Amanda Brown (vicevoorzitter van de ILO Workers’ Group) vertegenwoordigde vakbondsbelangen bij de ILO-gesprekken. Roberto Suarez Santos (secretaris-generaal van de International Organisation of Employers) vertegenwoordigde werkgeversorganisaties.

Background

De regulering van platformwerk is verschoven van gerechtelijke geschillen naar formele regelgeving. De Council of the EU zegt dat de Commissie de EU Platform Work Directive op 9 december 2021 heeft voorgesteld, dat ministers op 12 juni 2023 een algemene benadering bereikten, dat onderhandelaars op 8 februari 2024 een tekst overeenkwamen en dat de Raad die op 14 oktober 2024 aannam. Onder het Belgische voorzitterschap van de Raad zei Pierre-Yves Dermagne dat het compromis van maart 2024 de eerste EU-wetgeving was die algoritmisch management op de werkvloer reguleerde. Het rapport van de Wereldbank uit 2023 kaderde de bredere kwestie als snelle groei in combinatie met zwakke sociale bescherming, vooral buiten arbeidsmarkten met hoge inkomens.

OIS Intelligence

Opposing perspectives

  1. ILO Workers’ Group

    De ILO Workers’ Group kadert het verdrag als een erkenning dat appgebaseerde werkers niet buiten het basisarbeidsrecht mogen vallen omdat een platform hen als zelfstandige bestempelt. De tussenkomst van Amanda Brown, zoals aangehaald door de belangrijkste persagentschappen, stelt de norm voor als een antwoord op gedocumenteerde uitbuiting en als een manier om koeriers, schoonmakers en zorgwerkers onder afdwingbare internationale arbeidsbescherming te brengen.

  2. International Organisation of Employers

    De International Organisation of Employers ziet de waarde van het verdrag in de ruimte die het laat voor nationale flexibiliteit. De reactie van Roberto Suarez Santos, zoals aangehaald door de belangrijkste persagentschappen, benadrukt dat landen het arbeidsstatuut via hun eigen rechtssystemen moeten kunnen bepalen, in plaats van één wereldwijde classificatieregel te aanvaarden die legitieme zelfstandigheid of platformbedrijfsmodellen zou kunnen ondermijnen.

  3. EU member-state governments

    Het compromis van de Council of the EU uit 2024 pleit voor een middenweg: platformen moeten geconfronteerd worden met een wettelijk vermoeden van werknemerschap wanneer de feiten controle en leiding aantonen, maar die activerende feiten blijven verankerd in nationaal recht en collectieve overeenkomsten. Dat kader behandelt verkeerde classificatie als een reëel probleem, terwijl verschillende arbeidsrechtelijke systemen in de EU behouden blijven.

  4. Platform companies

    Het sectorstandpunt dat in het EU-debat van 2024 naar voren kwam, stelt dat versnipperde nationale uitvoering de onzekerheid hoog kan houden. De uitgesproken voorkeur van Uber, gerapporteerd tijdens het debat over het EU-compromis, ging uit naar nationale wetten die platformwerkers beschermen en tegelijk de onafhankelijkheid behouden die veel werkers naar eigen zeggen waarderen.